Aanmelden nieuwsbrief

Grenzen aan de Groei

Milieukunde is wel een interessant, maar geen leuk vak. En wanneer in de zoektocht naar een ‘duurzame ontwikkeling’  verder wordt uitgezoomd en ook economische en sociale vraagstukken worden meegenomen, dan wordt de vraag naar wat inspireert als gauw verdrongen door een beeld dat deprimeert. We zitten inmiddels met een onmiskenbare klimaatverandering, met een op hol geslagen financieel-economisch systeem en een cultureel integratievraagstuk van historische proporties.

                              
Plaat klaas blog maart 2015

Niet uit wetenschappelijke arrogantie, maar uit maatschappelijke bezorgdheid moet toch worden gezegd dat ‘we’ het hebben zien aankomen. In de Aula pocket ‘De Grenzen aan de Groei’ van 1972, het door Donella en Dennis Meadows geschreven rapport aan de Club van Rome, staat op pagina 130 het bovenstaande grafiekje. Het is de standaarduitkomst van het wereldmodel waarmee de toekomstige ontwikkeling van de wereld voor het eerst werd verkend. Beginnend in 1900 zien we bevolking, voedselbeschikbaarheid, industriële productie (industrial output) en vervuiling (pollution) aanvankelijk sterk toenemen, bij een gestage afname van de natuurlijke hulpbronnen (Resources). De industriële productie stort zo ongeveer in rond 2010, later gevolgd door de andere grootheden. Sinds 1972 is er in de media heel wat afgeschaterd over dit ‘doomsday scenario’. Maar inmiddels heeft wetenschappelijk onderzoek (Turner) aangetoond dat de werkelijke ontwikkeling nauwkeurig met deze ‘verwachting’ uit 1972 overeenkomt. Economen, die de crisis van 2007/2008 niet eens zagen aankomen, houden het graag op toeval. Maar dat was het niet ! Wat Meadows c.s. onder meer deden was het schatten en extrapoleren van de snelheden waarmee bevolking, voedselproductie etc. groeiden. Die groei bleek exponentieel te zijn; daarbij treedt om de zoveel jaar een verdubbeling op. Als bijvoorbeeld het kroos in de vijver iedere dag in oppervlakte verdubbelt, dan is de vijver op de één na laatste dag nog maar voor de helft (‘geen probleem’) en de volgende , laatste dag helemaal met kroos bedekt (‘probleem’). De groeisnelheid wordt na en paar verdubbelingen zo groot dat, vanuit het oogpunt van systeem-dynamica, het (eco-) systeem zo instabiel wordt dat instorting onvermijdelijk wordt. Gegeven de aanvankelijke groeisnelheden kan aardig worden voorspeld wanneer die instabiliteit zo ongeveer gaat optreden. Wat betreft de industriële productie was dat blijkbaar het geval rond 2010, tamelijk precies samenvallend met de financieel-economische crisis van 2007/2008. Tegelijkertijd gaat de druk op het fysieke milieu de draagkracht van het systeem Aarde nu al met 40 % te boven. De komende decennia zal dat bij een wereldbevolking die doorgroeit naar 10 miljard mensen, die steeds meer gaan consumeren, nog veel ernstiger worden. Het is het beeld van ‘overshoot and collapse’; van een mateloos teveel , gevolgd door een onvermijdelijk ineenstorting, tenzij…..
Tenzij we alsnog onder ogen willen zien dat de ecologische toekomstverwachtingen tot dusverre verontrustend goed zijn uitgekomen, dit in tegenstelling met de economische verwachtingen.  Misschien is het voor ecologen wel makkelijker om de fysieke ontwikkeling te begrijpen, en dus te voorzien, dan de economische ontwikkeling waarin allerlei ongrijpbare, deel psychologische factoren een rol spelen. Niettemin zou het verstandig zijn om de nu bereikte zorgelijke situatie onder ogen te zien en te onderkennen dat de ecologische verwachtingen serieuzer moeten worden genomen. Het wordt hoog tijd dat politici hun geloof in economische modellen, verwisselen voor de onontkoombare zekerheid van de fysieke, ecologische modellen. Die zekerheid is zo groot omdat de natuur en de draagkracht van het eco-systeem nu de beperkende factoren zijn geworden voor de verdere ontwikkeling. Politici die daaraan voorbij blijven gaan krijgen een probleem; de geschiedenis zal hen leren.

Verzenden